De volgende morgen waren de eksters druk met hun ontbijt. Het stikte van de sprinkhanen in onze achtertuin, en dat was blijkbaar een lekker, en makkelijk, maaltje voor de vogels. Het gras zat vol met sprinkhanen, en ze probeerden zich in alle hoeken, gaten, en vooral spleten in de muur te verstoppen.
![]() |
| Ekster met een lekker hapje |
Terug van het ontbijt zagen we het personeel de sprinkhanen vangen. Ze hadden plastic zakken vol met de beesten. In onze kamer zaten er inmiddels ook een aantal, vermoedelijk door het raam in de w.c. gekropen.
| Overal sprinkhanen in de kamer |
Keanu klaagde bij het starten steeds over olie. Eerder had iemand bij een tankstation al aangegeven dat Keanu wel een slokje olie zou lusten. Dus deze bijgevuld. De klacht was in het Japans, en verdween echter niet.
De navigatie ingesteld op een National Bank ATM. Het was de afgelopen dagen moeilijk gebleken om geld te halen. De meeste ATM’s accepteerden geen Maestro. Van National Bank wisten we dat ze dat wel deden. De ATM zat bij een supermarkt, dus konden we gelijk nog wat inslaan voor de lunch.
Het apparaat bleek echter van een ander merk te zijn, en gaf geen geld. Terwijl Joska de boodschappen deed, een route bepaald naar een daadwerkelijk bankfiliaal in plaats van een losse geldautomaat. Hier was het maximum opnamebedrag 120000 kwacha, echter de automaat wilde dat niet geven. De 80000 lukte nu wel, maar bij de tweede opname gaf deze aan geen geld meer uit te geven. De automaat ernaast was vastgelopen. Er waren er echter nog twee, en uit één ervan kwam gelukkig nog een stapel geld.
We moesten nog even 100 kwacha aftikken voor het parkeren (langs de weg). Het was weer druk, en de weg weer op komen was tricky, ondanks dat de parkeerwacht probeerde het verkeer voor ons tegen te houden. In de file dus. En we vielen op bij de bedelaars, waarvan enkele ons een aardig eind volgde, soms midden op de weg.
In eerste instantie de navigatie gevolgd. Deze stuurde ons echter een weg in die enkel voor crossmotoren geschikt leek. Joska had op de website een routebeschrijving gezien. Men had op de site aangegeven deze te gebruiken, en niet de navigatie. Dat dus geprobeerd, en dat ging een stuk beter. Het laatste stuk weg was slecht, zoals de beschrijving ook aangaf. Grote gaten. Er waren locals bezig deze op te vullen, maar ze hadden nog heel wat werk voor de boeg.
Begroet door Tom, en later Petal ontmoet, de eigenaren van de lodge. Het was geen hotel zei Tom, maar ze verwelkomden mensen in hun eigen huis. Onze kamer was een slaapkamer, maar wel met eigen toilet en douche.
Petal liet ons de apen zien. Ze bleven altijd binnen een straal van enkele honderden meters van de lodge. Schijnbaar voelden ze zich daar veilig.
Ze hadden geprobeerd om ons te bellen op de GSM die we van Leo hadden gekregen. Ik dacht dat het ding enkel voor noodgevallen was. We zouden er echter ook op gebeld kunnen worden door lodges gaf Tom aan, zoals zei hadden geprobeerd. In hun geval wilden ze weten of we op tijd zouden zijn voor de lunch. Ze maakten hun eten zelf (inclusief brood bakken), en hadden dus voorbereidingstijd nodig. Ondanks dat ze ons niet konden bereiken, was er wel lunch beschikbaar. Aardappeliets met ‘a little magic on top’, en chutney on the side. Lekker!
De GSM zou ook gebruikt kunnen worden door de reisorganisatie om te informeren hoe het met ons ging. Van eerdere reizen waren we dit niet gewend, vandaar dat ik het ding uit had gelaten. Hoefden we hem ook niet op te laden.
Vervolgens was het tijd voor een wandeling. Er was geen tijd om naar Zomba Plateau te gaan, dus een wandeling door de tuin was de beste optie. En het was niet zomaar een achtertuintje! We zijn eerst even de tuin uit gelopen om het uitzicht vanaf de berg te bewonderen. Mooi! Daarna terug, en richting het geluid van een waterval gegaan. Er waren trappen gemaakt om de bergwand op en af te kunnen. De waterval was een prachtig plekje. Al met al denk ik dat we wel wat kilometertjes hebben afgelegd.
Petal moest lachen om mijn bezweette rode hoofd. We raakten aan de praat, over hoe ze ertoe waren gekomen om hier een lodge te beginnen. Ze vroeg wat voor werk we deden. En we kwamen uit op ons vakantiegeld. Dat was een constructie die ze niet kende. Tom’s broer was op visite, maar ook hij kreeg geen vakantiegeld.
Nog even chillen met een kopje thee. Het was rustig op de berg, enkel het geluid van vogels en de waterval. Geprobeerd om de kolibrie-achtige volgels (sunbird?) te filmen, en wonderbaarlijk genoeg ging de Tecno telefoon. De reisagent, of we de volgende dag op tijd in Liwonde zouden zijn voor de lunch. We konden kiezen voor lunch op de dag van aankomst of die van vertrek. Voor de eerste gekozen.
Net even buiten de lodge hield men een stuk gras kort, omdat dat een goede plek was om de zon onder te zien gaan. Biertje mee, en hier van het uitzicht en de zonsondergang genoten.
Er zouden gasten komen voor het diner, en deze reden het hek binnen toen we terugliepen. Een stel uit Amerika, met hun dochter die in Malawi werkte. Haar ouders waren voor het eerst in Afrika. Ze had ze eerst meegenomen naar de Serengeti, en nu waren ze hier omdat Tom en Petal het beste eten van Malawi hadden.
Petal ging vroeg naar bed. Tom zou met zijn broer enkele dagen op pad gaan, dus nu had ze nog de kans. Wij hebben het ook niet laat gemaakt.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten